Bij de nieuwe start van een gemeente - of de start van een nieuwe gemeente

(opening van de gemeenteavond op 7 februari 2007 na de ondertekening van de fusieakte op 31 januari)

Op Pinksteren 1961 wendden 18 gereformeerde en hervormde predikanten zich tot de kerken om tot eenheid te komen. De landelijke kerk heeft daar 43 jaar voor nodig gehad.
In 1964 werd er een actie gevoerd voor de bouw van een kerk, Antwoord 64. Het leidde tot de bouw van de Antwoordkerk en was tegelijk de start van het streven naar eenheid binnen Hoogvliet. Van het begin af werd de Antwoordkerk door meerdere kerken gebruikt en hervormd en gereformeerd probeerden sinds die tijd om tot eenheid te komen. Een eerste schriftelijke neerslag hiervan is in ons bezit in de vorm van een bericht in het kerkblad dat dateert uit 1968.
In de papieren voor het beroepingswerk, dat geleid heeft tot mijn komst naar Hoogvliet, stond dat het volgende voorstel was aangenomen, zowel hervormd als gereformeerd: “om per 1 september 2000 te komen tot een federatie van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk te Hoogvliet”. Dat zag er goed uit. Helaas stond er de volgende zin onder: In de voorbereiding en uitvoeringsfasen is daarna echter vertraging gekomen.
In mijn begintijd hier merkte ik dat in deze twee regels het verdriet van Hoogvliet wat dit betreft scherp was uitgetekend. Samen op weg was een historie van pogen en mislukken, nog eens proberen en weer niet slagen. Geen wonder dat er ook mensen waren die het maar liever zouden opgeven. Dan zou er tenminste rust zijn.

Ik heb mezelf geprofileerd door te zeggen: Als er een verschil is van dag en nacht moet je er niet alles op inzetten, maar waar twee gemeenten heel dicht bij elkaar staan kun je het niet maken om gescheiden op te trekken. Dit ontdekte ik al snel: de gemeenten staan heel dicht bij elkaar. De afstand werd alleen maar gevormd door de geschiedenis en door de teleurstellingen die mensen hadden opgelopen. Daarom heb ik me niet neergelegd bij het gescheiden optrekken van de twee gemeenten. En eindelijk is het gelukt om elkaar te ontdekken als wat we werkelijk zijn: twee gemeenten die zo dicht bij elkaar staan dat ze makkelijk als één gemeente door het leven kunnen gaan.
We doen het niet beter dan “het land”. We hadden er 43 jaar voor nodig. Maar we deden het tenminste niet slechter dan het land. En sinds exact een week zijn we één gemeente.

Bij het nieuwe begin van een gemeente wil ik terugvallen op mijn hebbelijkheid om het over mezelf te hebben. Ik doe dat wel vaker, en het wil wel eens aardig zijn. Ik wil het hebben over de twee sporten die ik in mijn leven beoefend heb, twee sporten die allebei met wind te maken hebben. De ene sport, daar weet U van. Ik schrijf er wel eens over en je kunt dit op de website wel terugvinden: www.kerkhoogvliet.nl en dan bij de dominees. Ik heb het over fietsen. Zoals gezegd, die sport heeft met wind te maken. Voor de echte doorzetters in de sport maakt dat natuurlijk niet uit, die broodrijders praten daar over alsof ze zo poreus zijn dat de wind dwars door hen heen blaast en het ze niks kan schelen. Ach, in een wedstrijd heb je er allemaal evenveel last van.
Ik doe echter geen wedstijden. Ik rijd altijd een rondje, zo tussen de dertig en de vijftig kilometer per keer. Omdat er altijd wind is heb je altijd ongeveer evenveel meewind als tegenwind. Dat heb je nu eenmaal bij een rondje. U weet wat ik bedoel. Als je voor de gezelligheid gaat fietsen dan kijk je eerst even of er zoveel wind is dat je er rekening mee moet houden. En als dat zo is, dan doe je er goed aan om eerst de tegenwind te kiezen, zodat je op de terugweg, als je moe bent, het windje lekker mee hebt.
Als ik er echter op uittrek voor mijn rondje hardfietsen dan werkt dat niet goed. Ik verbeeld me dat andersom beter is, en daar heb ik een verklaring voor. Ik doe niet aan warming-up. Als ik ga fietsen trek ik mijn kleren en schoenen daarvoor aan -strak in het pak, nietwaar- en dan stap ik op mijn fiets. Mijn spieren worden vanzelf warm. Maar dan is het wel beter om ze in het begin niet al teveel te belasten. Als ik van het begin af aan tegenwind heb, dan kom ik niet op gang. Zelfs als het maar weinig wind is merk ik dat. Ook op de terugweg wil het dan niet meer. Dan heb ik wel de wind mee, maar het is net alsof de tank al leeg is en de koek al op.
Als ik kan beginnen met meewind is het net alsof het allemaal lekkerder gaat. Ja, zult u zeggen, natuurlijk, je hebt de wind mee. Logisch dat het lekker gaat, zo kan ik het ook! Maar het voordeel blijft. Want als ik dan in mijn rondje zo ver ben dat ik de wind tegen ga krijgen -dat komt altijd, dat moment- dan kan me dat niet zoveel meer schelen. Ik ben goed opgewarmd en als een oude dieselmotor kan ik lekker doordraaien. Al gaat het minder hard dan op de heenweg, meestal fietst het prima en hoef ik maar zelden op de pedalen te staan om toch een goede snelheid te houden.

Wanneer wij starten als verenigde gemeente dan wens ik de gemeente ook zo'n lekkere tocht toe. Laten we maar met meewind beginnen; als er dan tegenwind komt zijn de spieren al lekker los en dan kun je er veel beter tegen. En misschien komt er geen tegenwind, want wij rijden geen rondje. We hebben immers een rechte koers?

Beginnen met meewind? De andere sport die ik ooit gedaan heb is zeilen. Je zou zeggen: ook bij het zeilen is meewind wel aardig. Maar niets is minder waar. Zeilen is ontzettend leuk, maar zeilen met meewind is wel zo ongelooflijk saai! Daar is nou helemaal niks aan! Je zet de zeilen uit, eventueel -dat hangt van je boot af- hijs je de spinnaker en rol je je gewone fok op -dit gaat om het zeil aan de voorkant van de boot- en dan ga je zitten wachten tot je aan de andere kant van het water bent. De spanning wordt door twee dingen nog een heel klein beetje er in gehouden: of je boot wil gaan planeren (dan komt de voorkant zo ver omhoog dat er veel minder weerstand is, letterlijk aquaplaning dus - en dat voelt wel lekker); en of je niet onverwacht een gijp over je heen krijgt, waarbij het grote zeil ineens van de ene kant naar de andere kant van je boot schiet. Dat is altijd een beetje gevaarlijk. Maar verder - saai!

Geef mij maar tegenwind met zeilen! Dan moet je wel laveren om hogerop te komen maar het is tenminste werken, het is tenminste bezigzijn. Bovendien gaat je boot misschien minder snel dan voor de wind, maar doordat de wind schuin van opzij komt voelt het veel sneller aan. Geregeld komt het  boord onder water, zodat je even wat terug moet nemen, en steeds ben je bezig om de boot zo scherp mogelijk aan de wind te krijgen. Ha! Lekker knokken tegen de wind, de schouders er onder, blaren op de handen van alle touwen aan boord, kletsnat van het buiswater als je in een 16kwadraat zit - laveren is honderd keer leuker dan windje mee.

Beginnen dan maar met tegenwind, omdat dat veel leuker is?

Een kerk vaart op de wind van de Geest. Wat moeten we wensen, nu we als verenigde gemeente een nieuwe start maken?
Hebben we het liefst een voorspoedige reis? Ja, lekker, want met de wind mee kunnen we eerst lekker de spieren los krijgen en het gaat vanzelf. Maar als mensen de kerk verlaten omdat het er veel te saai is merk je daar weinig van. Toch gebeurt dat en dan loopt het warme bad langzaam aan wel leeg.

Of durven we het aan om het ook en vooral leuk en spannend te maken? Aantrekkelijk voor jong en oud, wel eens wat vermoeiend natuurlijk maar met elan. Je weet nooit hoeveel verzet je dan zult tegenkomen, want niet iedereen wil dat. Maar als er verzet komt dan merk je dat meestal wel en kun je er op reageren.

Willen we de Geest als wind in de rug, of willen we de Geest als tegenwind om te overwinnen, zoals Jakob streed met de Allerhoogste, waarna de voldoening onze beloning is?

Ik zou niet weten wat we moeten willen. Mijn verhaaltjes leiden nergens toe. Maar ze zijn hopelijk leuk om te horen.

Een fijne avond met elkaar, en een goede tijd als gemeente. Laat de Geest van de Allerhoogste ons de weg wijzen om te gaan, en laten wij bereid zijn om ons daarvoor in te zetten.


 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright voor de hele site: internetwerkgroep Protestantse Gemeente Hoogvliet. Bij foto's staat -indien bekend- wie de maker of copyrighthouder is. Voor de inhoud van sites waarnaar verwezen wordt (door links of anderszins) kunnen wij uiteraard geen verantwoordelijkheid nemen. Mocht U op deze site materiaal aantreffen waarvan U het copyright heeft, wilt U zich dan in verbinding stellen met de webbeheerder