Een lege kerk en een vreemde gedachte

Kijk, dat vind ik nu aardig om als eerste, u als lezer, een gezegend en gezond 2021 te mogen toewensen. Ik hoop echt dat het zo zal gaan. Een nieuw jaar, een nieuwe start.

Een nieuw jaar en een nieuw begin? Voorlopig zitten we nog volop in de crisis die een gevolg is van de corona-pandemie. Het zal nog wel een flink tijdje duren tot we weer naar een normalere samenleving kunnen terugkeren.

Kerkelijk gezien was het ook een bizar jaar. In maart gingen de kerken op slot. Pasen vierden we door online vieringen bij te wonen. Even werden in de zomer de teugels wat gevierd, maar in de advent ging alles helaas noodgedwongen weer op slot.

Vlak voor de derde zondag van de advent had een aantal vrijwilligers samen met mij de grote kerststal, met de uit de kluiten gewassen beelden, voorin de kerk neergezet. Natuurlijk bleef het kindje nog even in de bergruimte liggen. Pas op kerstavond zou het in de kribbe worden gelegd. De bloemstukken voor de kerstversiering waren besteld, de liturgieboekjes voor de kerstvieringen waren klaar en toen kwam het besluit de kerk tot tenminste 19 januari te sluiten.
De verwarming werd naar omlaag bijgesteld en op de deur van de kerk plakten we een grote poster met de mededeling: alle vieringen afgelast t/m 19 januari.
Alle vieringen slechts weer online te bekijken.

Vlak voor kerstmis liep ik in mijn eentje door de kerk. Het was er koud en somber. De adventskrans hing nog voorin de kerk. Drie kaarsen die al gebrand hadden, wachtend op de vierde kaars die nooit tijdens de viering aangestoken zal worden. Ik verving de bijna opgebrande godslamp voor een nieuwe. Een klein lichtje in het donker.
Ik keek naar de kerststal met de bekende beelden: Jozef, Maria, herders os en ezel en de lege kribbe. Impulsief liep ik naar de bergruimte en pakte het kindje op. Het had het formaat van een stevige baby en ik legde het in de kribbe, best wetend dat er niemand zou zijn die het zou bekijken, laat staan er een kaarsje bij op te steken. Maar ik vond het anders zo onaf.

Terwijl ik naar de uitgang liep en de lege kerk zag, dacht ik bij mezelf: je zou haast denken dat we God in de steek hebben gelaten. Rare gedachte trouwens, want al zou dat zo zijn, Hij laat ons nooit in de steek. Iemand vertelde mij, dat wanneer hij het even niet zag zitten, hij steun vond in het lezen van twee psalmen (121 en 139). Die gaven hem weer een steuntje in de rug.

Op kerstavond eerst online naar de zangdienst uit de Dorpskerk gekeken en daarna de eucharistieviering vanuit de Rotterdamse kathedraal. Wat klinkt het vreemd als je met z'n tweetjes de bekende liederen meezingt. Je mist zo het samen gemeenschap te zijn.
Maar niet gesomberd. Ik houd mezelf daarom de woorden van lied 416 voor:

Ga met God en Hij zal met je zijn,
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in Zijn naam elkaar begroeten,
ga met God en Hij zal met je zijn.

Ik wens u nogmaals alle goeds voor in het komende jaar.

Léon Janssen