Maria voor protestanten

Wat een leuke vraag was dat: kun je voor 'pagina drie' iets met Maria ten Hemelopneming vanuit oecumenisch perspectief?

Nou, nee natuurlijk. Alles wat ik daarover kan schrijven ontstaat uit onkunde. Ik kan mijn studieboeken en Wikipedia erop naslaan en wat daar staat had ik natuurlijk al gedacht (de opneming van Maria in de hemel), maar daaraan ontbreken twee dingen: dat is niet vanuit oecumenisch perspectief en, belangrijker nog, ik voel nog steeds niet de betekenis van Maria zoals katholieken die wel voelen. Eigenlijk moet ik daarvan afblijven, oecumenisch of niet.

Toch wil ik een enkele mijmering noteren over Maria, zoals ik over haar in mijn studie heb geleerd. Kent u de Tweenaturenleer? Die gaat over de verhouding van het goddelijke en het menselijke in de persoon van Jezus Christus. In de vierde en vijfde eeuw werd daarover flink gedebatteerd. Wat heet! Bij het vak dogmageschiedenis hoorde ik dat dit niet alleen in de vergaderzalen besproken werd, maar dat men het er op straat ook over had. Zoals vandaag het gesprek over corona op straat ligt, ging het toen over dit dogma. Ongelooflijk, denkt u? Ja, dat dacht ik ook.

Maar het was toch belangrijk genoeg. Het was namelijk antwoord op de vraag of het wel mogelijk was dat een mens naar de hemel zou kunnen gaan. In het denken van die tijd waren aarde en hemel zo gescheiden dat zij elkaar nooit konden raken. Hoe zou het mogelijk zijn dat de aardse mens in de hemel terecht zou komen?

De oplossing was deze: er is een persoon die tegelijk aards en hemels is, Jezus Christus. Goddelijk en menselijk. Wie bij hem hoort kan de hemel bereiken, Hij is de verbinding tussen beide sferen, Hij is de doorgang van het een naar het ander. En hoe dat nou precies zat, nou, op straat ging het dus daarover: de Tweenaturenleer.

Het mooie van dit dogma is dat de hemel zo dichterbij komt. De onbereikbare God wordt bereikbaar, door Christus. Wat een prachtige rol vervult Christus daarin! Maar - beetje bij beetje werd Christus zo vereerd dat Hij almaar hoger steeg. Bijna - nee, helemaal raakte ook Christus weer buiten bereik. Misschien is dat wel menselijk. Het goddelijke mag niet door de menselijke zwakheden worden bezoedeld. De afstand moet worden geëerbiedigd.
Naarmate Hij hoger stijgt wordt de rol van Christus om te bemiddelen tussen hemel en aarde overgenomen door Maria, zijn zo menselijke moeder. Nou, niet overgenomen. Christus blijft echt de enige Verlosser die kan bevrijden van zonde en Maria verwijst daar alleen maar naar. Maar Maria wordt wel als veel toegankelijker ervaren en zij wordt in de loop van de tijd steeds meer aangeroepen, opdat zij voorspraak zal doen bij Christus: "Maria, bid voor mij."

Protestanten zullen hier doorgaans niet warm voor lopen, ze zeggen dat het uitsluitend om Christus gaat. Dat de katholiek dat ten diepste ook zegt wordt niet altijd gehoord (en ik weet niet of dat altijd aan de protestant ligt). Het neemt niet weg dat we als mens uiteindelijk allemaal behoefte hebben aan de ervaring van - wat ik wil noemen - Goddelijke nabijheid. Je wilt op de één of andere manier ervaren dat je gezien bent, dat je gekend bent, dat God weet heeft van je mooie en van je moeilijke momenten.

Daarin verschillen we niet echt. "God kent jou, vanaf het begin, helemaal van buiten en van binnenin. Hij kent al je vreugden en al je verdriet, want Hij ziet de dingen die een ander niet ziet." zingt een vrolijk kinderlied. Hoe kinderlijk die voorstelling moge zijn, het is wel uiting van de dragende kracht die God in ons leven kan zijn in goede en kwade tijden.
Over de Tenhemelopneming heb ik het verder niet. Daar ben ik toch te protestants voor. Maar wanneer de devotie voor Maria de ervaring van Gods nabijheid versterkt vind ik dat alleen maar mooi.

Is dit genoeg, en echt vanuit oecumenisch perspectief? Wie weet. Ik stuur het toch maar in; ik wens onze katholieke medechristenen een mooi feest toe rond 15 augustus en hoop dat we allemaal de kracht van Gods nabijheid mogen ervaren.

Ds Robert Wilschut