Tel uw zegeningen...
(Johannes de Heer: lied 256!)

Het moest er toch maar weer eens van komen: mijn bureau opruimen. Het toetsenbord van mijn computer balanceerde al enige weken op een steeds grotere berg papieren, losse dingetjes die ik echt moest bewaren, stukjes lego die achtergebleven waren van mijn laatste bouwproject, wat balpennen en ga zo maar door.

Ik stond en sta er om bekend dat mijn bureau op bezoekers de indruk wekt van een soort Augiasstal *) Toen ik nog actief was in het onderwijs, was het al net zo. 's Morgens begon ik met een redelijk opgeruimd bureau, maar aan het einde van de dag zag het er altijd uit als een vuilnisbelt. Maar geloof het of niet, ik kon altijd alles terug vinden. Soms hadden enkele van mijn leerlingen medelijden met mij en zij deden dan een poging om orde te scheppen in de door mij veroorzaakte chaos. Het resultaat zag er goed uit, maar ik zocht dan nog dagen naar een bepaald werkblad of een notitie van mijn directie.

Zo ging ik van de week maar weer eens aan de slag. Mijn oog viel tijdens het sorteren op een rouwkaart die ik had bewaard om op te bergen in mijn archief. Ik bekeek de foto nog eens goed. Ja, ik kende deze man wel. Hij was, toen hij nog mobieler was, een trouw kerkganger. Maar toen het lopen en fietsen moeilijker werd, nam hij op zondag vaker plaats voor de televisie. Hij had een lang leven achter de rug. Hij had een hartstilstand overleefd, was weduwnaar geworden, maar bleef toch altijd opgewekt.

Ik herinner me nog dat ik hem ontmoette voor de ingang van het flatgebouw waar hij woonde. Hij zat in zijn scootmobiel en genoot van een sigaartje. We maakten een praatje. Hij zou zo naar de soos gaan, maar daar mocht hij niet roken, dus deed hij het buiten maar. En op die soos zou hij straks een lekker borreltje gaan drinken. Ja, zijn gezondheid liet te wensen over, zei hij. Maar je moest niet kijken naar wat je niet meer kunt, maar naar wat wel nog gaat. En hij verheugde zich al op het potje klaverjassen dat ze zouden gaan spelen. "Tel je zegeningen," voegde hij eraan toe.

Tel je zegeningen, dat is een bepaalde manier van kijken die niet iedereen goed af gaat. We zitten al ruim anderhalf jaar in een bizarre tijd. De coronacrisis heeft diep erin gehakt, Alles wat normaal is, moet ineens anders. Veel dingen kunnen niet meer op de oude manier. Je kunt daarvan narrig of chagrijnig worden, maar word je daar dan beter van? Ja, we kunnen niet zo makkelijk op vakantie. Ja, even spontaan een bioscoopje pakken, uit eten gaan of de dierentuin bezoeken is er voorlopig niet bij. Je bent afhankelijk van het bekende "tijdslot". Voor reizen naar het buitenland moet je bewijzen dat je ingeënt bent. Ik ben zelf nog zoekende hoe je aan de QR-code moet komen...

Maar dan bedenk ik dat er zoveel dingen zijn die ik nog wel kan, die u nog wel kunt. Het hoeven geen grote of uitdagende dingen te zijn. Je hoeft niet binnen te blijven. In je eigen omgeving kun je ook lekker buiten rondlopen of fietsen. Bekijk eens het groen dat buiten langs de wegen groeit. We hebben hier in Hoogvliet een mooie groenstrook langs de Oude Maas. Je hebt het Valckesteijnse bos, de Rhoons grienden. Wie goed kijkt ziet er allerlei verschillende planten, die op hun beurt weer bloemen of vruchten dragen.
Snoep eens tijdens zo'n wandelingetje van een paar zelf geplukte bramen. Geniet eens van het zonnetje, want het regent echt niet altijd. Neem eens plaats op een bankje en bekijk de mensen die langs lopen of de vlinders, de bijen en de vogels. Wat zijn ze toch allemaal verschillend. Bekijk je eigen lichaam, want wat is dat toch een mooie 'machine, ook als er wellicht wat functies haperen. Zeg gewoon gedag tegen de mensen die je tegenkomt en let op hoe vaak ze je dan met een glimlachje teruggroeten.

In het poëziealbum van mijn dochter stond een versje waarvan mij nu de laatste regel te binnen schiet:
"Wees blij met alle kleine dingen en je zult gelukkig zijn.".

Léon Janssen
*) . zoekt u deze naam maar eens op het internet op!)