In uw handen



In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum. (Vertaling: In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest)

Sinds de sluiting van de kerken in Nederland vanwege de coronapandemie konden, nee móchten, wij kerkgangers op zondag niet naar de kerk komen. Er was geen moment van ontmoeting na de kerkdienst en hebben wij vooral elkáár heel erg gemist. Gelukkig gaat het nu de goede kant op en zijn er weer vieringen mogelijk, op afspraak, met niet meer dan 40-50 mensen (afhankelijk van de grootte van het kerkgebouw). Er zijn uitzendingen via internet te zien, vaak vanuit de eigen kerk. Óók zendt de televisie gelukkig iedere zondag kerkelijke vieringen uit en samenzang-bijeenkomsten, waarbij u in de beslotenheid van uw eigen huiskamer wél mee mocht zingen. U zit dan wel alleen of met zijn tweeën en niet met vele gelovigen 'God lof te prijzen met mooie psalmen en gezangen', 'te luisteren naar zijn Woord' maar bovenal 'het samenzijn'. Dat wordt heel erg gemist'.

En wat is er, door dit gemis, gebeurd met ons geloof? Ik heb een aantal ouderen (80 plussers) gesproken die vertelden dat ze hun geloof zijn kwijt geraakt. Ze misten de vertrouwde kerkgang, het samenzijn na de kerkdienst zó heel erg, dat gelijktijdig 'twijfel en ongeloof' naar boven kwamen. Dat is toch heel verdrietig.... Mensen die hun hele leven lang geloof in God, geloof in de hemel hadden en dit geloof konden voeden door kerkgang, gebed en luisterend naar het Woord van God, dat dan verliezen, na een woestijntijd vanwege de coronapandemie.

Is dat nieuw? In de geschiedenis van het Jodendom zeker niet!
In meerdere teksten in de Bijbel kunnen we lezen dat twijfel en ongeloof bij mensen naar boven komt. Denkt u maar eens aan het verhaal van het Joodse volk. Ze werden door God bevrijd uit de slavernij van Egypte (Exodus 32). In de woestijn, kwam ook bij hen twijfel en ongeloof naar boven.

Als Mozes zo erg lang op de berg blijft, zegt het volk: 'Wij weten niet wat er met Mozes is gebeurd. Laten wij daarom een god maken die ons uit dit land leidt.'
'Goed', zegt Mozes' broer Aäron. 'Doen jullie je gouden oorringen maar af en breng ze bij mij.' Het volk doet dit en Aäron smelt ze en maakt er een gouden kalf van. De Israëlieten zeggen: 'Dit is onze god die ons uit Egypte heeft geleid!' Dan vieren zij een groot feest en aanbidden hun nieuwe god, het gouden kalf.


Het geloof in de Heer als een God die beloften doet, behoort tot het kerngetuigenis van Israël over God. Deze beloften van God geven het volk hoop op een betere toekomst en een betere wereld. Zij zijn een houvast in tijden, waarin de situatie er niet zo rooskleurig uitziet. Maar wat de Heer belooft kan alleen hoopgevend zijn als er een vast vertrouwen is dat Hij zich aan zijn Woord houdt. Beloften die Hij in het verleden ingelost heeft, geven vertrouwen voor de toekomst.

Wat in het Jodendom geldt, geldt natuurlijk ook voor het Christendom. Christenen vertrouwen op God, vertrouwen op Jezus. Ook in barre tijden, en helaas komen die regelmatig voor in ieders leven. Ook Jezus toonde in zijn leven weleens twijfel,. Daarom houd ik mij altijd vast aan Jezus' laatste woorden: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?' Ook woorden van twijfel, dus waarom wij niet?

Ik wil eindigen met een gedicht, die mijn geloof sterker maakt, ook bij momenten van twijfel.

God,
Uw hand nodigt mij uit: Kom!
Uw hand laat mij merken: wees niet bang!
Uw hand schenkt de zekerheid: vertrouw me maar!
In Uw hand ben ik geborgen en bewaard voor altijd.
En mocht ik toch in een afgrond storten
ik weet, op de bodem van die afgrond
wacht uw hand op mij.
Uw goede, alles behoedende hand.
Aan Uw liefhebbende hand kan
niemand mij ontrukken.
God, In uw hand leg ik mij neer.

Fred Wijnen