Lijntje

Het is alweer enige tijd geleden dat een buurman me op straat aanhield - hij in zijn dure Mercedes, ik op mijn fiets - en me vertelde dat een goede vriend van hem een heel goed bericht had gekregen over diens ziekte: zijn vriend zou misschien zelfs weer helemaal herstellen.

Eerder al had hij me verteld hoeveel zorgen hij zich daarover maakte en hoeveel verdriet hem dat deed. Dominee ben je niet alleen in de kerk maar soms ook voor mensen in je omgeving, ik wist dus waar het over ging want hij had het me allemaal toevertrouwd.

En toen, hij in zijn auto, ik op de fiets vroeg hij me: "Wil jij Hem daarboven bedanken?"

Het ontroerde me. Zo'n stoere vent, niet gelovig, in elk geval niet kerkelijk. Ik kende veel van zijn geschiedenis, waarin eerst armoede en later verdriet een grote rol hadden gespeeld. Hij had zich vanuit het niets omhoog weten te werken met een eigen bedrijf waarvan ik wel snap waar het over gaat, iets met vetafval, maar waarbij ik me niet kan voorstellen hoe het is om dat werk te doen. En toen de schaapjes op het droge waren overleed zijn vrouw onverwacht. Hij kon er met geen mogelijkheid vrede mee krijgen dat zij wel deelde in hun armoede, maar niet in de rijkdom die het werk had gebracht. Maar hij voelde zich niet te groot om mij onderweg even tegen te houden om te zeggen hoe blij hij was, en ook niet om dat meteen te vertalen in een dankjewel en mij te gebruiken als het lijntje 'naar boven'.

Ik dacht in stilte twee dingen:" Dat kun je zelf ook wel doen joh, zo moeilijk is het niet". En ik dacht: "Je dankgebed is nu al uitgesproken hoor, eigenlijk hoef ik dat niet nog eens uit te spreken."
Dat heb ik natuurlijk wel gedaan, en dat beloofde ik dan ook hardop.

Ik lees momenteel een studie over religieus leiderschap in post-christelijk Nederland. Daarin komt een paar keer op tafel hoe weinig waardering er nog bestaat voor predikanten en pastores. Binnen de kerken is die waardering nog wel wat groter, ook al worden er vandaag de dag soms eisen gesteld aan het werk van de predikant of pastor waar deze totaal niet voor is opgeleid - zoals leiding geven - maar buiten de kerk wordt hun - ons, mijn - werk vaak gezien als een volstrekt overbodig beroep waarbij men ook nog eens achterhaalde beelden heeft van wat je van een dominee als buurman kunt verwachten. Beelden die soms in de media overigens hartgrondig bevestigd worden tot mijn grote ergernis, ze zijn er nog steeds, die ouderwetse karikaturen die helemaal niet zijn meegegaan met de tijd en de cultuur en waardoor iedereen denkt dat jij ook zo bent. En dan mag 'overbodig' zijn afgeleid van het woord 'aanbod', en dat je dus veel te bieden hebt, meer dan het gewone - de waardering wordt daar niet groter van.

Maar soms nemen mensen dus wel de moeite om zich een voorstelling ervan te maken en daarbij op zoek te gaan naar wat je dan werkelijk te bieden hebt. Je aanbod kan te maken hebben met diaconaal werk. Dat betekent dat je als kerk, of als predikant of pastor van die kerk, iets kunt betekenen waar mensen te kampen hebben met armoede of isolement. Dan wordt je inzet wel degelijk gewaardeerd. Je aanbod kan te maken hebben met luisteren naar wat er aan de hand is. Waar nemen mensen nog zonder voorbehoud de tijd om te luisteren? Natuurlijk, de agenda kan wel eens vol staan, soms ook met allemaal van die dingen waar je niet voor bent opgeleid. En als een telefoontje niet uitkomt moet de predikant daar ook open over zijn, anders wordt het een teleurstellend gesprek. Gelukkig kun je dan wel een afspraak maken waarbij er tijd in overvloed is. Tijd om te luisteren is gelukkig een groot goed van ons 'overbodig' werk.

De vraag om het dankgebed was een beloning voor het willen en kunnen luisteren. Op de een of andere manier kon ik kennelijk een lijntje leggen tussen mensen en God. Natuurlijk, het is God die het lijntje legt. Maar vanuit de rol als luisterend medemens namens God mocht ik daar een rol in spelen.

Daar hoef je trouwens geen dominee of pastor voor te zijn. Die rol is weggelegd voor iedereen die de tijd neemt om naar een buurman te luisteren.

Met soms dus verrassende gesprekjes op straat. Je weet niet wat je overkomt. Tot je erover na gaat denken en je inziet dat er ergens een lijntje tussen God en een mens actief is geworden. Mooi toch?

Ds Robert Wilschut