Kale kikker scheren

Vanmorgen hebben we een mooie kerkdienst gehad en vanmiddag heb ik wat gesprekjes met verschillende verpleeghuisbewoners op de gesloten afdeling. De gesprekken zijn altijd vol verrassende wendingen. Saai zijn ze dus nooit.

Mevrouw Spangen* zit in haar eigen kamer en met haar rolstoel schuift ze wat heen en weer. Het liefst is ze alleen op haar kamer. Dat is ze al veel jaren gewend. Ze kan niet goed tegen drukte om haar heen. Haar ogen lichten op als ik binnenkom en ik stel mij voor. Dat voorstellen moet ik elke keer weer doen, zowel bij de wekelijkse kerkdienst of Zanguurtje, en ook als we daarna 's middags nog gaan wandelen. Dat haar ogen niet meer zo goed zijn zal ook wel een rol spelen.
"O, u bent dominee Takkebos" roept ze altijd als ik mij heb voorgesteld. "Fijn dat u er bent!". Dit wordt natuurlijk gecombineerd met een brede grijns op haar gezicht.

"Vroeger was alles veel beter" zegt mevrouw Spangen opeens." Niet alles hoor. De rijken deden niet veel voor mensen die het moeilijk hadden. Maar de armen hielpen elkaar wél veel. Het was een moeilijke tijd met bittere armoede. Soms was er bijna geen eten".
"Was dat in de oorlog?" vraag ik. "Ja, mijn moeder had geen geld, maar ze ging wel mensen die het moeilijk hadden thuis helpen" zegt mevrouw Spangen. "Dat was wel heel liefdevol", zeg ik tegen mevrouw Spangen.
"Ja, er was geen geld, maar helpen kon ze wel. Ja, een kale kikker kan je niet scheren!" zegt mevrouw Spangen vervolgens. "De meiden werden na de oorlog ook geschoren", gaat mevrouw Spangen moeiteloos door. "Waren dat de meisjes die Duitse soldaten als vriend hadden?" vraag ik aan mevrouw. "Ja, dat klopt. Ik heb het zelf niet gezien, maar er wel over gehoord. Dat was best hard voor die meiden. Ik weet niet of hun vriendschappen goed waren. Dat kan goed zijn geweest of ook niet. Wie zal het zeggen?" Mevrouw kijkt hierbij peinzend voor zich uit.

Mevrouw kijkt daarna naar het grote kruis met de lijdende Christus dat aan haar muur hangt. "Is Hij tot steun in uw leven?" vraag ik haar. Mevrouw Spangen kijkt blij naar mij. "Hij is alles wat ik nodig heb. Hij woont diep in mijn hart. Ik voel mij rijk."

Wat een wijsheid, wat een geloof, denk ik bij mijzelf.

"Kunt u mij naar mijn kamer brengen?" vraagt mevrouw Spangen. "U bent nu op uw kamer", zeg ik tegen haar. "Nee, die andere kamer, deze niet!" antwoordt mevrouw. Ik breng haar naar de huiskamer voor de bewoners en zet haar op haar eigen plek. "Nee, ik wil naar MIJN EIGEN kamer" zegt mevrouw met veel nadruk.
"Dat is goed" zeg ik en loop weer rustig met haar rolstoel naar haar kamer. "Bedankt!" zegt mevrouw Spangen als we weer terug zijn. "Fijn om op mijn eigen kamer te zijn."

*Fictieve naam

Ds. Egbert Bos,
geestelijk verzorger Siloam en Westerstein