Eeuwige leven bederven

De wet van Murphy was vanmorgen echt van toepassing. Wat fout kon gaan ging ook fout. Allereerst deed de airco in het verpleeghuis het niet. Terwijl de mussen buiten van het dak vielen vanwege de zomerse hitte steeg de temperatuur binnen ook behoorlijk. Het zweet liep langs mijn rug. En vervolgens bij het ophalen van de bewoners voor de kerkdienst zakte een bewoner door zijn benen en bleef hij vervolgens rustig op de grond liggen

Tegelijkertijd wist één van de P.G. bewoners van de gesloten afdeling gebruik te maken van de consternatie om naar buiten te glippen. Al dagenlang had ze pogingen ondernomen om weer de vrijheid in te vluchten en nu was het wel gelukt. Met enige moeite kon ze weer naar binnen worden geloodst. Haar humeur was daardoor bepaald niet ontspannen te noemen. Alle hulptroepen moesten in beweging komen om de orde weer te herstellen.
Het is niet saai in het verpleeghuis zullen we maar zeggen.

Tja, daar zaten we uiteindelijk dan in de kring om samen tot eer van God de Vader te zingen, te bidden en een bijbelgedeelte te lezen en te overdenken. Sommige vrijwilligers waren in het begin nog door wat was gebeurd wat aangeslagen. Na het zingen van een paar mooie liederen kwam er gelukkig wat meer ademruimte.

Verpleeghuisbewoner mevrouw Van Vliet*) die altijd het bijbelgedeelte voorleest kwam gelukkig na het zingen van een paar liederen ook binnen. Breed glimlachend zwaaide ze naar de kerkgangers. Mevrouw Van Vliet begon met duidelijke stem het bijbelgedeelte over de Barmhartige Samaritaan te lezen (Lukas 10): Meester wat moet ik doen om het eeuwige leven te bederven? Ik raak direct gespitst, staat daar niet: eeuwige leven beërven?
Ik hoor haar verder lezen: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met licht verstand, en uw naaste als u zelf. Kijk daar hou ik nu van denk ik bij mijzelf. Een licht verstand. Natuurlijk een verlicht verstand. Anders lukt het nooit om God lief te hebben.

Na het lezen van het bijbelgedeelte vertel ik over struikrovers die achter een struik onverhoeds een reiziger overvallen en hem neer knuppelen. Eén van de bewoners mevrouw Poppel*) staat op en zegt: ik zal die struikrovers een mep verkopen! Ze balt haar beide handen tot vuisten en zwaait in mijn richting ermee rond. Ik deins, in mijn rol als struikrover, natuurlijk terug en kijk angstig naar mevrouw Poppel. Triomfantelijk straalt mevrouw Poppel in haar krachtige rol als struikrovermepper.

Ik ga verder met het bijbelverhaal en ga als de neergeslagen reiziger hulpeloos plat op de grond liggen.
We moeten de dominee helpen
roept één van de bewoners. Mevrouw Poppel, die zich helemaal in haar element voelt, staat weer van haar stoel op, schuifelt in mijn richting en strekt haar hand uit. In mijn ogen is ze echt de Barmhartige Samaritaan die wel in actie komt. Alle verpleeghuisbewoners lijken wel Barmhartige Samaritanen. Ze mogen van mij met hun liefde het eeuwige leven beërven.

Egbert Bos, geestelijk verzorger Siloam en Westerstein.

*) Namen van bewoners zijn fictief