Afstelling


(Opening op 11 oktober 2005, de gemeenteavond waarop het definitieve verenigingsbesluit besproken werd)

Toen ik de sportfiets kocht die ik nu heb kreeg ik er een probleem bij. Er zaten namelijk van die gekke trappers op, waarbij je aangepaste schoenen nodig hebt. De schoenen en de trappers vormen samen een onverbrekelijk geheel zodat het heel moeilijk wordt om van je pedalen af te schieten. Veiligheid, maar ook ben je in staat om je kracht beter te gebruiken. Je kunt namelijk ook de trapper die naar boven komt een beetje mee optillen.

Toen ik de benodigde schoenen ging kopen vertelde de fietsenmaker er heel wat bij. Denk er om dat je heel goed oefent, terwijl je met je fiets tegen een muurtje leunt. Je moet je voeten makkelijk los krijgen. Ja, ja, ik snap het, zo sprak ik bewonderend. Natuurlijk, leunen tegen een muurtje - ik had het zelf kunnen bedenken maar ik had dat niet gedaan. Onze schuur was er goed voor.

De eerste paar keer mag je niet verder fietsen dan honderd kilometer, zo doceerde de man verder. H? Waarom niet? Ik vertelde maar niet dat ik elke dag niet meer dan dertig kilometer kon fietsen. Veel verder kom ik toch echt niet in een uur tijd, en meer dan een uur heb ik zelden. Maar waarom mocht ik niet verder dan honderd kilometer? Kijk, zei hij. Je voet zit als het ware vast aan de trapper en daarom moet je je schoen wel goed afstellen. Ga eens recht voor me staan, zo gebood hij. Gewoon, staan, zoals je altijd staat. Voeten een beetje uit elkaar - ja, goed zo ik heb het gezien. En hij nam de schoenen mee naar de werkplaats en verstelde wat hij verstellen moest. Ze moeten precies passen bij jouw voeten, zo sprak hij verder. Want de voeten van de een staan net als de wijzers van de klok om vijf voor een, die van de ander beweren dat het tien voor twee is. Er zijn haast geen voeten die het houden op twaalf uur en voeten die roepen dat het vijf over n is of tien over half vier hebben doorgaans heel andere problemen. Dat zei hij natuurlijk niet, ik overdrijf. Maar hier gaat het om: zoals je voeten van nature staan, zo moeten ze ook staan als je fietst. Want anders moeten je knien de vreemde stand opvangen, en dan krijg je gegarandeerd last van die knien. Dus eerst een paar dagen uitproberen, en als je geen last van je knien krijgt kan de rem er af. Ja, ik snapte het. Dus nu is het ook als ik fiets om en nabij twaalf uur, want mijn voeten hebben maar een paar minuutjes afstelling nodig. Last van mn knien heb ik nooit gekregen. Nou ja, dertig kilometer, dat ook natuurlijk. Maar de stand is in elk geval in orde.

Hier moest ik aan denken toen ik nadacht over deze gemeenteavond. Vanavond vragen we U, en als het goed gaat vragen we dat voor de laatste keer: Mogen we zo verder met de Vereniging hier in Hoogvliet? Als het antwoord ja is - en als kerkenraden hopen we daarop, dat mag ik U best verklappen - als het antwoord ja is dan stappen we als het ware op de tandem en rijden vanaf nu al die vele kilometers gelijk op. Dat worden er heel wat meer dan honderd. We nemen dit besluit immers als een onomkeerbaar besluit. En daarom moeten de schoenen goed zitten, en moet de verbinding met onze fiets precies zijn afgesteld. In onze regelingen hebben we al heel wat keren de afstelling bijgesteld. En we hopen dat het nu allemaal goed zit. Maar wie weet wat we over het hoofd gezien hebben, en wie weet waar iemand zich nog in een soort bocht zou moeten wringen om het allemaal z uit te voeren. Daarom kijken we daar vanavond nog een keer met heel de gemeente naar. Staat alles nu goed afgesteld, of beter gezegd, voelt het allemaal goed? Want als we nu gaan rijden, dan is dat een route waarop we verder gaan, onomkeerbaar.

Daarom herhaal ik de woorden van de apostel Paulus, als woorden die wij ons vanavond ter harte mogen nemen. Er staat wel iets op het spel, we moeten het wel goed doen vanavond:

(1 Corinthiers 9)
24 Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar n de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint.
25 Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.
26 Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat.
27 Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd.*



Nog n vraag had ik voor de fietsenmaker. Ik durfde hem echter niet te stellen, ik had al zoveel (gezeurd?) gevraagd. Ik dacht: wat zou er nou gebeuren als je valt, terwijl je schoenen vastzitten aan de pedalen? Op 29 december 2004 rond kwart over negen 's ochtends kreeg ik op die vraag het antwoord. Die schoenen schieten vanzelf los. Dat doen ze zodra je de grond raakt. En je breekt er je sleutelbeen bij. Je kunt namelijk niet even je been uitsteken om je een beetje op te vangen en dan val je gewoon iets harder - op je schouder. Krak.

Maar dat is weer helemaal goed gekomen.



* Nieuwe Bijbelvertaling, NBG 2004

ds Robert Wilschut

 

* Nieuwe Bijbelvertaling, NBG 2004

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright voor de hele site: internetwerkgroep Protestantse Gemeente Hoogvliet. Bij foto's staat -indien bekend- wie de maker of copyrighthouder is. Voor de inhoud van sites waarnaar verwezen wordt (door links of anderszins) kunnen wij uiteraard geen verantwoordelijkheid nemen. Mocht U op deze site materiaal aantreffen waarvan U het copyright heeft, wilt U zich dan in verbinding stellen met de webbeheerder